www.coalitievoorveiligheid.nl
Contact met ons

‘Onze veiligheid vraagt om fundamenteel andere keuzes’

De Coalitie voor Veiligheid heeft begin 2017 een Investeringsagenda Veiligheid overhandigd aan de lijsttrekkers van de politieke partijen. De wereld verandert snel en ingrijpend, en dat geldt ook voor de veiligheidssituatie. De kerntaak van de overheid is het zekerstellen van de onschendbaarheid van het grondgebied en de veiligheid van haar burgers. Alleen dan blijven we in Nederland verzekerd van voorspoed, economische welvaart, en daarmee goed onderwijs, infrastructuur en goede sociale voorzieningen.

Om de veiligheid in Nederland te kunnen blijven waarborgen doen wij, de samenwerkende bonden, aan een nieuw kabinet een aantal voorstellen op basis van de bij onze achterban aanwezige kennis en ervaring. Allereerst schetsen we de nieuwe dreigingen die op ons afkomen. Vervolgens benoemen wij de knelpunten die zich nu al voordoen in de veiligheidssector. Daarna stellen wij enkele mogelijke oplossingen voor en als laatste staan we stil bij investeringen die nodig zijn om deze problemen aan te pakken.

Veiligheidsdreigingen

Frustratie, wantrouwen en een toenemende boosheid, het lijkt of de onvrede van burgers met de dag groeit. Het gevoel dat de overheid niet langer zonder meer in staat is om een van haar meest basale en primaire taken uit te voeren, namelijk het verschaffen van veiligheid aan haar burgers, lijkt onder de Nederlandse bevolking steeds breder te leven. De sociale en maatschappelijke veiligheid is daarmee in gevaar, evenals de politieke stabiliteit.

We worden in toenemende mate geconfronteerd met afrekeningen op straat, witwas- en drugsgerelateerde criminaliteit, vermenging van onder- en bovenwereld en de dreiging van jihadistisch geweld. Burgers, waaronder veel ouderen, voelen zich hierdoor kwetsbaar. Er is sprake van een toenemende omgevingsonveiligheid van de burgers in Nederland. De samenleving verhardt en gezag is niet langer vanzelfsprekend; handhavers en hulpverleners worden steeds vaker fysiek belaagd.

Door globalisering en digitalisering zijn ontwikkelingen buiten Nederland en Europa van steeds grotere invloed op de Nederlandse veiligheidssituatie. In de nabije toekomst zal de bevolking van Afrika meer dan verdubbelen (van minder dan 1 miljard in 2010 tot ruim meer dan 2 miljard in 2050) terwijl de economie hier naar verwachting geen gelijke tred mee zal houden. De problemen worden nog versterkt door de klimaatverandering. Armoede, honger en uitzichtloosheid kunnen leiden tot burgeroorlogen en terrorisme. Fort Europa is een lonkend alternatief voor alle ellende: het risico op ongekend grote migrantenstromen neemt naar verwachting dan ook fors toe. Terrorisme en immigratie leiden op dit moment al tot grote onzekerheid bij de burgers in Nederland. Nederland en de Europese Unie hebben geen duidelijk antwoord op deze ontwikkelingen. Wij zien dat de polarisatie in Nederland en Europa toeneemt. Extreem rechts en links komen steeds feller tegenover elkaar te staan. Nederlanders, zowel van allochtone als autochtone afkomst, voelen zich steeds minder thuis in hun eigen land.

Onze IT-infrastructuur wordt bedreigd door cyberaanvallen, onze verkiezingen en parlementariërs dreigen gehackt te worden. Door desinformatie ontstaat er een schimmige wereld van feiten, halve waarheden en pertinente leugens.

Rusland neemt ondertussen een dreigende houding aan en versterkt in hoog tempo zijn krijgsmacht. De Verenigde Staten treedt terug onder president Trump, vaart een isolationistische koers met ‘America First’ en zet zelfs vraagtekens bij het NAVO-bondgenootschap.

Veiligheidsdreigingen en criminaliteit ontwikkelen zich voortdurend. De organisaties die zich hiermee bezighouden kunnen beschikken over grote sommen geld, zijn inventief en niet gebonden aan ethische en andere grenzen. Integendeel, grenzen bieden hen veelal veiligheid.

De veiligheid van Nederland, zijn burgers maar ook zijn waarden en normen zijn het waard om beschermd te worden. Wij zijn dat ook verplicht aan onze kinderen en kleinkinderen. Ook zij hebben het recht om in een vrije wereld en in goede welvaart te leven. Wij, als vertegenwoordigers van de professionals die werken aan veiligheid, zijn ervan overtuigd dat een veilig Nederland alleen bereikt kan worden door intensieve samenwerking op nationaal en Europees niveau en door fors te investeren in de organisaties en professionals die onze veiligheid iedere dag waarborgen.

Knelpunten in de veiligheidssector

De nieuwe dreigingen in combinatie met de bezuinigingen van de afgelopen jaren hebben de balans in de veiligheidsketen verstoord tussen preventie, pro-activiteit, repressie en vervolging, sanctionering en resocialisatie. Door een gebrek aan menskracht en middelen zijn onderdelen van de veiligheidsketen ernstig verzwakt. En daarmee is de hele keten op achterstand komen te staan; deze is immers zo sterk als de zwakste schakel.

De politie heeft onvoldoende mensen om effectief op te kunnen treden. Bijna 50% van de aangiftes blijft door onvoldoende capaciteit liggen. Het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak kunnen, ondanks dat er maar de helft van de aangiftes verwerkt wordt, de stroom niet aan. Door de werkdruk komt de kwaliteit van het werk in gevaar. De buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) op de straten moeten te lang wachten op versterking door de onderbemande politie.

Daarnaast missen zij een gedegen opleiding en vorming. De penitentiair inrichtingswerkers (PIW’ers) en de bewakers in onze gevangenissen hebben elke dag te maken met personele tekorten, waardoor de werkdruk te hoog oploopt, hun veiligheid in gevaar komt en men daardoor geconfronteerd wordt met een hoog ziekteverzuim. De douane heeft onvoldoende personeel; in de Rotterdamse haven kan slechts 1% van de binnenkomende containers worden gecontroleerd. Het gebrek aan personeel is van blijvende aard. De pakkans voor criminelen is hierdoor nagenoeg nihil en wapens en andere gevaarlijke zaken glippen dan ook Nederland binnen.

Ook op Schiphol is er veel te weinig douanepersoneel per shift beschikbaar om het controlewerk te doen op de mensenstroom. De problemen bij de Belastingdienst op het gebied van capaciteit, kennis en interne sturing zijn van fundamentele aard. De Raad voor de Kinderbescherming kan onvoldoende zijn taak uitvoeren omdat de verwijzing in de gemeentes niet op orde en per gemeente verschillend is en vanwege een tekort aan capaciteit. Hier wordt de basis gelegd voor toekomstige problemen (luistert u maar eens in de rechtszalen).

Ook de departementen kampen met problemen; 23% van de ambtenaren werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie is – o.a. door de hoge werkdruk – ontevreden en wil als gevolg daarvan vertrekken. En Defensie is door 26 jaar van bezuinigingen uitgeput. De huidige, zwaar afgeslankte organisatie komt 1 miljard tekort om zelfs in deze geminimaliseerde vorm te kunnen functioneren, zoals de minister in de Tweede Kamer al heeft aangegeven. Bovendien is bekend dat met de huidige organisatie het doel, een veelzijdig inzetbare krijgsmacht, niet wordt bereikt en een verdediging van ons grondgebied in bondgenootschappelijk verband niet kan worden uitgevoerd. Recent onderzoek van de vakbonden laat zien dat de inzetbaarheid van het materieel volgens ruim driekwart van het defensiepersoneel (sterk) verslechterd is in de afgelopen 2 jaar. De helft van de ondervraagden geeft aan dat zij onvoldoende voorbereid zijn op een oorlogssituatie en volgens ruim een kwart is de persoonlijke uitrusting (zoals helm en kleding) niet compleet.

Versterkingen: wat is er nodig?

Om Nederland ook in de toekomst veilig te houden, is niet alleen verhoging van het budget maar zeker ook visie en leiderschap nodig. Discussies over competenties en zeggenschap moeten doorbroken worden. Het historisch eigenaar zijn van bepaalde verantwoordelijkheidsgebieden zijn gewilde discussies in de top van organisaties en departementen maar dragen niet bij aan de veiligheid van burgers.

De nieuwe dreigingen doen zich voor op zowel internationaal als nationaal niveau. Daarom kan alleen een integrale aanpak van alle veiligheidsdiensten vanaf de bron, onderweg, aan de Europese buitengrenzen, de Nederlandse binnengrenzen en in onze wijken hier een oplossing brengen.

Wij denken dat het hard nodig is om politiek Den Haag, maar ook onszelf een aantal vragen te stellen. In hoeverre kunnen veiligheidsorganisaties elkaar aanvullen, helpen en ondersteunen? Hoe kunnen wij pro-actiever worden? Waar zijn technologische innovaties en investeringen voor onze veiligheid nodig? Hoe kan de informatievoorziening geoptimaliseerd worden?

Als antwoord op deze vragen doen wij een aantal concrete voorstellen:
  1. Richt een ‘nationale denktank’ op het gebied van veiligheid op met als doel het verbinden van onderzoek, strategie en visie met kennis en ervaring van de professionals op de werkvloer. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke analyse die wetenschappelijk onderbouwd is, maar tegelijk met de voeten in de aarde van de praktijk staat. Voorbeelden van organisaties die hierin kunnen deelnemen zijn het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), de Politieacademie, Nederlandse Defensie Academie, vertegenwoordigers van bestaande denktanks zoals Clingendael, het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS), de denktank Defensiebeleid en Krijgsmacht en een vertegenwoordiging van vakbonden in de veiligheidssector. Een actueel voorbeeld waaruit blijkt dat deze verbinding versterking verdient, is de vluchtelingencrisis. Experts en onderzoekers voorzagen al jaren geleden dat deze zich zou voordoen en potentieel een ontwrichtend effect zou kunnen hebben. Pas nadat de crisis tot grote proporties was uitgegroeid zijn er politieke- en veiligheidsmaatregelen genomen. Een ‘Nationale denktank veiligheid’ kan een impuls geven aan het meer gaan werken vanuit een ketenbenadering, complementariteit van diensten (meer gebruik maken van elkaars expertise), een directe koppeling tussen strategische analyse, beleid en de uitvoering waar men de problematiek van alledag ervaart en evaluatie van genomen maatregelen. Doel is een versnelling van besluitvormingsprocessen, daarmee proactief de problemen te lijf gaan en zo te komen tot een adaptieve en wendbare veiligheidssector. De ‘denktank’ kan ook dienen als platform om noodzakelijke aanpassingen van het instrumentarium voor veiligheidsprofessionals tijdig in beeld te krijgen zoals aanpassingen in de wetgeving, ICT en voorstellen over de gewenste organisatie van de diensten en hun bevoegdheden.
  2. Wij pleiten voor een kabinetsbreed veiligheidsbeleid waarbij nauw wordt samengewerkt tussen de ministeries van Buitenlandse zaken, Veiligheid en Justitie, Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie. Te vaak is nu nog sprake van ‘eilanden’ die los van elkaar opereren. Conflicten tussen departementen over ‘wie erover gaat’ moeten hiermee tot het verleden gaan behoren. Er kunnen scherpere afspraken worden gemaakt over verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het uitgangspunt voor samenwerking moet zijn: ‘wie is deskundig op welk gebied’. De wijkagent bijvoorbeeld verzamelt gericht informatie. Maar BOA’s, beveiligingsbedrijven en veel andere overheidsdiensten doen dat ook. De wijkagent zou hierin nadrukkelijker een coördinerende rol kunnen vervullen. Voor het optreden tegen zwaar gewapende terroristen in druk bevolkte omgevingen is Defensie specifiek deskundig. Hier zou zij leidend kunnen zijn in het ontwikkelen van het optreden en de daarmee samenhangende trainingen.
  3. Informatiegestuurd optreden is de basis voor de inzet van de veiligheidsdiensten. Er moet daarom een nauwere samenwerking komen tussen de Algemene Inlichtingen en
    Veiligheidsdienst (AIVD), de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van de Nationale Politie. Doel is dat alle sensoren optimaal worden benut. Een voorbeeld is de inlichtingeneenheid in Mali. Wordt deze eenheid in Mali gebruikt om ook informatie voor Nederland te verzamelen en aan te leveren aan onze veiligheidsdiensten? Hoe is de samenwerking in Europa, met Frontex en met de grote veiligheidsdiensten van ons omringende landen? Maar misschien nog veel belangrijker: hoe worden gegevens die zijn aangeleverd door BOA’s, beveiligingsbedrijven, PIW-ers in de gevangenissen, de reclassering, onze burgers en de wijkagent benut? Zijn er protocollen ontwikkeld om deze gegevens te bundelen en middels slimme ICT te verzamelen en te bewerken tot informatie? Hier is nog een wereld te winnen.
  4. Creëer duidelijkheid in de huidige bestuurlijke en organisatorische drukte. Informatiegestuurd optreden betekent ook dat veiligheidsdiensten snel geconcentreerd kunnen worden en onder bevel van een persoon of organisatie kunnen komen. Iemand die ter zake kundig is in het aansturen van de diensten en in goed overleg met de gezagsdrager ter plaatse de ramp of operatie professioneel en in goede samenhang kan afwikkelen. De vraag is of het huidige stelsel van veiligheidsregio’s hierop het juiste antwoord is. Uit onderzoek van de Rekenkamer (2014) blijkt dat onduidelijk is in hoeverre de veiligheidsregio’s bijdragen aan betere bescherming van burgers en bedrijven, dat het ontbreekt aan samenhang in het optreden van de betrokken partijen, dat de kennis- en informatieuitwisseling te wensen overlaat en dat onduidelijk is of de veiligheidsregio’s doelmatig werken. Een opschaling en dus vermindering van het aantal veiligheidsregio’s lijkt, gezien deze conclusies, op zijn plaats.
  5.  Maak meer gebruik van de complementariteit van veiligheidsorganisaties en creëer meer flexibiliteit. Een aantal voorbeelden hiervan:
    • De factor ‘tijd’ bepaalt bij een terroristische aanslag het aantal slachtoffers. De tijd om tot inzet te komen is – kijkend naar de gemiddelde duur van een aanslag – te kort om met externe interventie-eenheden zoals de Dienst Speciale Interventies (DSI), tijdig ter plaatse te kunnen zijn. Het dilemma is dat voor het optreden tegen aanslagen in beperkte ruimtes en met grote aantallen burgers een zeer hoge mate van geoefendheid nodig is die alleen bij gespecialiseerde eenheden zoals de eerder genoemde DSI, commando’s, mariniers en luchtmobiele militairen aanwezig is, terwijl beveiligingsbedrijven, BOA’s en politie vaak eerder ter plaatse zijn. Het verdient daarom aanbeveling om te zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking tussen Defensie – bijvoorbeeld door inzet van reservisten – , Politie, BOA’s, beveiligingsbedrijven en de industrie met bijvoorbeeld slimme camera’s die kunnen leiden tot snellere inzet.
    • Een ander voorbeeld is de vitale infrastructuur. In omringende landen worden kerncentrales door gewapend personeel bewaakt. Onze vitale infrastructuur zoals elektriciteitscentrales, drinkwatervoorziening, het elektrische transportnet,
      drinkwaterbedrijven, aanlandpunten van internet et cetera zullen (veel beter) beveiligd moeten worden. Een succesvolle aanval op deze objecten zal Nederland economisch diepgaand en langdurig raken en kan zelfs uiteindelijk leiden tot chaos en verlies van controle door de overheid. Ook hier kan samenwerking de oplossing bieden. Cruciaal is dat duidelijk is welke rol iedere betrokken veiligheidsorganisatie heeft en dat samengewerkt wordt op het gebied van noodvoorzieningen. Daarvoor is regelmatige simulatie en oefening van het gezamenlijk optreden nodig.
    • De samenwerking in de strafrechtketen moet en kan beter. Knelpunten in de samenwerking tussen politie, Openbaar Ministerie en de Rechtspraak zullen onderzocht en opgelost moeten worden. Het rechercheren naar verdachten, arresteren, aanklagen, veroordelen, uitzitten van de straf en het resocialiseren is een samenhangend proces. Alle schakels in deze keten dienen optimaal op elkaar afgestemd te zijn. Cruciaal is dat voor elk onderdeel voldoende capaciteit wordt ingericht en dat de informatieuitwisseling optimaal verloopt
  6. Er zal op een groot aantal (relatief) nieuwe domeinen geïnvesteerd moeten worden in kennis en opleidingen. Die investeringen zouden in beginsel in ketenverband vormgegeven moeten worden (Politie, OM, Rechterlijke Macht, BOA’s, etc.). Dit levert inzicht en kennis op over de aanpak, werkwijze en complexiteit waarmee partijen te maken krijgen
  7. Als laatste is samenwerking op het gebied van techniek belangrijk. Hoe kunnen de diensten elkaar ondersteunen? Zijn bijvoorbeeld onze communicatiemiddelen compatibel? Wat gebeurt er als de stroom uitvalt? Zijn de alarmnummers nog bereikbaar, hoe zouden wij van elkaars centrales gebruik kunnen maken en de capaciteit in heel korte tijd daarmee kunnen uitbreiden.

Tot slot: hoewel samenwerking tussen publieke en private sector veel kansen biedt, zijn er ook risico’s en bedreigingen. Het kan leiden tot problemen op het gebied van privacy en een te grote afhankelijkheid van de overheid van het publieke domein. Er zullen daarom heldere randvoorwaarden voor dergelijke samenwerkingsvormen moeten worden geformuleerd.

Noodzakelijke investeringen

Er zal visie worden gevraagd van kabinet, ministeries, denktanks en bonden om gezamenlijk tot uitvoerbare oplossingen te komen waardoor wij in de toekomst beter opgewassen zijn tegen nieuwe dreigingen. Het zal leiderschap vergen om de bestaande structuren te doorbreken. Oude paden te verlaten, bewust risico’s te nemen met nieuwe wegen, de schotten te slopen en van het verdedigen van het eigen territorium te switchen naar ‘Wie is waar goed in?’. Maar het zal ook geld kosten. Flexibiliteit, complementariteit en ketens zijn niet gratis. Investeringen zijn nodig om later de voordelen ervan te kunnen plukken. Voor een aantal diensten gaat het specifiek om de volgende investeringen:

  • Politie: om de slagkracht van de politie weer op orde te brengen moeten er onder andere meer wijkagenten, rechercheurs en financiële en digitale experts bij komen.
    Daarnaast zouden aspiranten geen deel meer moeten uitmaken van de politiesterkte. Zij zijn slechts beperkt operationeel inzetbaar, waardoor het meetellen van aspiranten een vertekend beeld geeft van de werkelijk beschikbare politiecapaciteit. Dit betekent ca. 4500 tot 5000 extra politiemensen erbij. Samen met benodigde investeringen in ICT en kennis, opsporingsmethoden en opleidingen op het terrein van nieuwe vormen van criminaliteit bedragen de totale investeringskosten naar verwachting 1 miljard euro, te bereiken in twee kabinetsperiodes (8 jaar).
  • Justitiële keten: De PIW-ers, medewerkers van het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak vragen om een eerlijke berekening van de benodigde capaciteit, aangezien het personeel nu ‘uitgewrongen’ wordt. Door uitbreiding van opleidingen kan een grotere mate van flexibiliteit worden bereikt en kan de doelgerichtheid worden verbeterd. Maar de vereiste kwaliteit legt hier ook grenzen op. Op dit moment is er een ernstig tekort aan medewerkers. Meer aangiftes in behandeling nemen leidt onvermijdelijk tot een groter beslag op de nu al te geringe capaciteit in de rest van de keten. Voor de diensten vanaf het Openbaar Ministerie tot aan de Reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming en Dienst Justitiële Inrichtingen voorzien we daarom een extra beslag van ongeveer 500 miljoen.
  • Douane: Om een substantiële pakkans te bereiken bij controles door de douane in bijvoorbeeld de Rotterdamse haven en op Schiphol zijn 1200 extra douaniers nodig. Hiervoor is ruim 85 miljoen per jaar nodig.
  • Defensie: de veiligheid van ons grondgebied kan alleen worden gegarandeerd in bondgenootschappelijk (NAVO) verband. Europa kan op dit moment niet voorzien in zijn eigen veiligheid. Met een berekening op basis van koopkracht besteedt Rusland naar verhouding meer geld aan defensie dan de Europese Unie en heeft op dit moment ook een groter en beter inzetbaar leger. Een bondgenootschap drijft op de eerlijke verdeling van de lasten en specifiek bij militairen eveneens het samen delen van de risico’s. Nederland parasiteert en moet in de komende kabinetsperiode 3 miljard toevoegen aan zijn defensie-inspanningen om op gelijke hoogte met onze Europese bondgenoten te komen. Vervolgens kan de daarop volgende kabinetsperiode gebruikt worden om te groeien naar de NAVO-norm van 2% van het bruto binnenlands product (BBP).

Zoals gezegd: de veiligheid van Nederland is het waard om beschermd te worden. Behoud van onze waarden en normen, onze rechtsstaat, onze manier van leven. Veiligheid, vrijheid en een stabiele maatschappij. Daar staan wij en onze leden voor. Zij vormen de ‘frontlinie’ die de veiligheid van onze samenleving dag in, dag uit bewaakt en verdedigt. De veranderende veiligheidsomstandigheden vereisen een nieuwe aanpak, nieuw beleid en nieuwe investeringen.

De Coalitie voor Veiligheid,
  • Caroline Bonekamp – voorzitter VMHP
  • Jean Debie – voorzitter VBM
  • Ruud Vermeulen – voorzitter NOV
  • Albert van der Smissen – voorzitter NCF
  • Marcel Dokter – voorzitter VBV
  • Michael Sijbom – voorzitter LOPV
  • Marc de Natris – voorzitter KVMO
  • Marcel Smit – voorzitter Justitievakbond Juvox
  • Milena Babovic – voorzitter NAPA
  • Richard Gerrits – voorzitter BOA-ACP
  • Geert Priem – voorzitter ANPV
  • Gerrit van de Kamp – voorzitter ACP